Bitje

,,We hebben een knarsertje”, zegt de man met de blauwe handschoenen. De tandarts behandelt mij als een bijzondere archeologische vondst. ,,Moet je eens kijken”, zegt hij, tegen een mediterraans klinkende assistent. Geprikkeld door zijn enthousiasme hangt ze nu ook boven mij. ,,De hele linkerkant van haar gebit is afgesleten door het knarsen. Moet je kijken.” Hij kan zijn verwondering bijna niet onderdrukken. Alsof ik er niet bij ben.

Ze kunnen weer zo goed als nieuw worden, zegt de tandarts. Met vullingen zou ik weer een evenwichtig gebit kunnen hebben. Maar alleen als ik daarna ook een bitje neem. Anders heeft het natuurlijk geen zin. Wat kost dat dan, vraag ik. ,,Driehonderd euro.”

Drie jaar geleden had ik nee gezegd. Héb ik zelfs nee gezegd. Natuurlijk had ik het ook wel gezien. Ik hield nog altijd vol dat die hap uit mijn tand was veroorzaakt door een val van mijn fiets, zo’n twintig jaar geleden. Dat het alleen maar erger werd, dat ontkende ik. Maar het was waar, mijn tanden slonken. Aan een bitje wilde ik alleen nooit beginnen.

Maar naast mijn tanden was er in de tussentijd nog iets veranderd: mijn tandarts. Door een wisseling van de wacht, bij de Watersnip in Deventer, is mijn tandartservaring vele malen beter geworden. Deze man heeft naast blauwe handschoenen namelijk ook blauwe ogen. Best mooie blauwe ogen. En hoewel hij wat denigrerend kan zijn (hij noemt me geregeld ‘jongedame’, terwijl ik maar een paar jaar jonger ben), kijk ik tegenwoordig uit naar mijn tandartsbezoek. Het is er altijd lente.

Dus ik zeg ‘doe maar’. Wie zegt nee tegen een knappe tandarts?

In een anderhalf uur durende sessie zijn mijn tanden vijftig centimeter langer gemaakt – teminste, zo voelt het. Drie weken geleden. Niet dat het iemand is opgevallen. Ja, Beer misschien, de kat, want het slissende geluidje dat ik altijd maak om hem te roepen werkt niet meer. Maar verder zijn zulke afgesleten tanden blijkbaar alleen een rariteit voor tandartsen. Niemand had het ooit opgemerkt.

Gisteren mocht ik het bitje ophalen. De tandarts zette hem er persoonlijk in. Hij moest alleen wel zo hard drukken dat de hoofdsteun ervan zakte. En of ik hem er zelf ook eens uit wilde proberen te halen? Dat lukte, hoewel het voelde alsof ik mijn hele gebit eruit trok. ,,Voortaan iets vroeger opstaan”, grapte hij. Ik lach, maar van binnen huil ik. Ik ben er ingeluisd.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *