Help! Ik wil zelf een revisie doen op opgeleverde teksten

Yes! Ze zijn opgeleverd: de teksten voor je site. Je bent supertevreden met het werk van je tekstschrijver, maar nu je ze hebt gepubliceerd zie je dat er toch nog informatie mist. Je kat Jopie staat niet vermeld op de ‘over ons’-pagina. Wat nu?

Als Jopie er niet op staat, kan je site natuurlijk niet online. Het moet er dus bij. Gewoon even wat erbij typen dan? Dat is verleidelijk, maar daar is je tekstschrijver waarschijnlijk niet zo blij mee.

Waarom?

Om dezelfde reden dat je een tekstschrijver inhuurt: hij of zij is een professional. Als een tekst wordt opgeleverd, is die af. Dus gecontroleerd op fouten, afgestemd op de doelgroep, volgens een specifieke en zorgvuldig bepaalde stijl en consequent (denk aan u versus je). De schrijver ziet veel meer details als het gaat om taal dan jij. Dat is waarom je hem of haar hebt ingehuurd, niet waar?

Maar een héél kleine aanpassing kan toch wel?

Nou nee. Liever niet. Als ik voor mezelf spreek: ik zet werk alleen maar in mijn portfolio als ik weet dat er niets meer aan is veranderd. Anders kan ik de kwaliteit ervan niet garanderen. En dat bedoel ik niet persoonlijk, want ik geloof echt dat jij heel goed en leuk over Jopie kunt vertellen. Maar als ik het niet heb kunnen controleren, kan ik er ook niet voor instaan. De kans dat er stijlbreuk wordt gepleegd is 99 procent.

Toch nog een aanpassing op een later tijdstip? Mail of bel je tekstschrijver gewoon even. Een kleine aanpassing op een later tijdstip is voor mij geen enkel probleem. Daarvoor reken ik niets extra’s, dat zit gewoon bij de prijs in.

Kortom: maak uitvoerig gebruik van de revisieronde. Bij de meeste tekstschrijvers zijn één of twee revisierondes standaard.

Over revisierondes

Een revisieronde betekent dat je de eerste of tweede versie van de tekst mag checken en aanpassingen kunt laten doen. Er zullen altijd passages zijn waar je niet helemaal blij mee bent. Laat jouw tekstschrijver die teksten zelf aanpassen!

Een goede heeft een specifieke stijl gekozen voor jou of jouw bedrijf, en zorgt ervoor dat ook de kleine aanpassingen weer aansluiten bij jouw imago. Dat geldt zelfs voor de kleinste zinnetjes: stijlbreuk is makkelijker gepleegd dan je denkt.

Plank mis

Als je vindt dat het totaal niet bij je past en de tekstschrijver de plank volledig heeft misgeslagen, dan is er geen sprake van een revisieronde. De opdracht moet dan óf opnieuw, of je zoekt een ander en maakt afspraken over de afhandeling.

Bedenk wel dat je daar de tekstschrijver niet volledig de schuld van kunt geven. Zoiets gebeurt namelijk alleen als er sprake is van miscommunicatie – en daarvan ligt de verantwoordelijkheid altijd bij beide partijen.

Samen eruit komen

Als opdrachtgever heb je de taak om duidelijk te zijn in wat je wil, alle informatie te verschaffen die nodig is om de opdracht goed uit te voeren, maar ook enige vrijheid te geven over de invulling. Je kiest een schrijver immers meestal om zijn of haar specifieke stijl, die moet jou wel liggen.

De schrijver moet het aangeven als er informatie mist, en goed luisteren naar jouw wensen. Blijkt het resultaat niet naar wens, dan is er ergens iets fout gegaan. Neem dan beiden de verantwoordelijkheid en handel het netjes af.

Is een tekstschrijver duur? Drie redenen waarom het wél waardevol is

Sterke teksten maken echt verschil. Het is dus de investering waard. Toch zijn er veel ondernemers die zich afvragen of een tekstschrijver niet een beetje duur is. Gemiddeld 60 euro per uur voor een paar woorden en zinnen die in de juiste volgorde staan? Een tekstschrijver is het waard, hier lees je waarom.

Wie een bedrijf heeft of begint, kan over het algemeen wel lezen en schrijven. Zelf een paar alinea’s optikken voor de website is dus meestal geen enkel probleem. Bovendien zijn de teksten dan authentiek: ze zijn namelijk geschreven door de ondernemer zelf. Beter kan niet toch?

Met een tekstschrijver meer conversie

Nou, toch wel. Teksten geschreven of gecontroleerd door een tekstschrijver scoren altijd beter. Ze genereren meer bezoekers en meer conversie. Ze verhogen de interactie en verbeteren het bedrijfsimago. Maar vooral: ze lezen lekkerder en zijn efficiënter. En wel om drie redenen:

Afstand

Wat je zelf wilt vertellen, is niet altijd wat de klant wil weten. Het is een welbekend verschijnsel dat bedrijven snel vervallen in het vertellen over henzelf. Daarbij vergeten ze dat een klant niet bij hen komt om te lezen over de familiegeschiedenis van oprichter Pietje Plas. Of dat jouw bedrijf een nieuwe medewerker heeft. De klant komt bij je met een reden: om iets te kopen of daarop te oriënteren. Of om informatie te vergaren over jouw product – een mooie verkoopkans.

Zo de pijnpunten gevonden

Een tekstschrijver ziet welke teksten nodig zijn om de aandacht van je klant te behouden. Want je huurt iemand in met verstand van zaken die op afstand staat. De schrijver ziet je bedrijf zoals je klant dat ziet en heeft zo de pijnpunten gevonden. En dat heb je nodig: je wil dat de teksten worden geschreven voor conversie.

Vakkennis

Een tekstschrijver heeft vakkennis. Kennis van tekstopbouw, communicatiestrategieën en spelling en grammatica bijvoorbeeld, maar ze hebben ook allemaal onderscheidende kennis. Dat valt vaak af te leiden aan hun achtergrond.

Achtergrond tekstschrijvers

Sommigen hebben een communicatie-achtergrond, anderen hebben iets met creatief schrijven en weer anderen komen uit de journalistiek. Ook zijn er mensen met een combinatie van achtergronden, zoals ik. Hoewel alle vakgebieden overeenkomsten hebben, zoals doelgroepsgericht en gestructureerd schrijven, geeft hun achtergrond hun werk een extra dimensie.

Emotie of imago-bewust?

Een schrijver die ervaring heeft met creatief/literair schrijven of redactie daarvan, zal erg goed zijn in storytelling en schrijven in details en met emotie. Een journalistieke tekstschrijver kan vaak sneller schrijven en to the point – in de krant is immers weinig plek. Ook zijn ze vaak beter in interviews en reportages. Iemand uit de communicatie zal vaker nadenken over het gebruik van verschillende kanalen en heeft een scherp oog voor het uitdragen van een imago. Natuurlijk betekent dit niet dat schrijvers met een andere achtergrond die eigenschappen niet hebben, je kunt er alleen wat meer van op aan.

Tekst is een vak

Wat een tekstschrijver met zich meebrengt kan dus waardevol voor je zijn. Want net als dat jij je bedrijf begint vanuit jouw ervaring, doet een tekstschrijver dat ook. Ook al denk je zelf prima teksten te schrijven, een schrijver doet dat voor zijn of haar werk. Hij of zij is een professional: het is een vak.

Liever bakkersbrood

Zie het maar zo: jouw zelfgebakken brood haalt het ook niet bij dat van de bakker. Jouw houten vloer ligt ook mooier als je daar iemand voor inhuurt. En soms is het uiteindelijke resultaat misschien min of meer hetzelfde, maar ben jij er vijf keer zo lang mee bezig. Zonde van je tijd en energie – die had je beter in je bedrijf kunnen steken.

Taal

Hoe goed je ook bent in communiceren, een tekstschrijver zal beter zijn in taal. Wie dagelijks schrijft en dat leuk vindt, wordt ook beter in spelling en grammatica. Natuurlijk, een tekstschrijver maakt ook weleens een tikfoutje (echt, we zijn geen robots). Maar de meeste tekstschrijvers hebben een gedegen taalkundige achtergrond (zo studeerde ik Nederlands en ben ik eindredacteur). Die heb je nodig om écht goede teksten te schrijven: die makkelijk te lezen zijn, ritme hebben, een vleugje emotie hebben, en aanzetten tot actie. Dat doet een tekstschrijver allemaal met taal. Nu jij weer.

Laat je tekst controleren

Natuurlijk zijn er ondernemers die meer dan een prima tekst schrijven. Good for you! Toch kan het geen kwaad het toch nog even te laten nalezen door een tekstschrijver. Als het echt zo goed is, en je een goede tekstschrijver hebt, dan is hij of zij er maar eventjes mee bezig.

Een tekst laten schrijven scheelt je dus niet alleen tijd, het scheelt je ook veel gedoe en zorgen. Wat het je oplevert? Een beter imago en een hogere conversie. Of dat gemiddeld 60 euro per uur waard is, bepaal je natuurlijk zelf. Maar ik zou het wel weten.

Wat zijn de kosten voor een tekstschrijver? Waarom uurtarief niet alles zegt

De kosten voor een tekstschrijver variëren enorm. De uurtarieven gaan van 30 tot wel 120 euro. Wat een tekstschrijver per uur vraagt zegt niet meteen iets over de uiteindelijke prijs. Het gaat erom hoe lang de klus duurt. Zo ontdek je hoe je het goedkoopst uit bent.

Het is een veelgezochte zoekterm op Google: wat is het uurtarief van een tekstschrijver? Omdat je geen specifieke opleiding hoeft te hebben, variëren de tarieven nogal. Iedereen kan tekstschrijver worden. Je kunt al tekstschrijvers vinden voor 30 euro per uur.  De vraag is of je daarmee beter uit bent. Want hierbij geldt: de prijs zegt vaak ook wat over kwaliteit. Je kunt er dan niet van uitgaan dat je een foutloze tekst terugkrijgt.

Het kan nogal schrikken zijn als je een goede tekstschrijver hebt gevonden die jou écht begrijpt, maar met een uurtarief van 80 euro komt. Het is verleidelijk om meteen verder te kijken. Mijn advies: vraag eerst eens hoe lang de hij of zij denkt bezig te zijn met je klus.

Snelle tekstschrijver

Wil je bijvoorbeeld je een nieuwe ‘over ons’-tekst? Een goede tekstschrijver doet over een tekst van 500 woorden zo’n 2 uur. Dat is natuurlijk ook afhankelijk van de voorkennis en benodigd vooronderzoek. Is hij of zij sneller klaar? Dan heb je geluk! Je hebt een ervaren schrijver gevonden, dus die mag ook wel wat meer vragen. Nog een voordeel: een ervaren schrijver is vaak een betere. Daarover later meer.

Revisies inclusief

Vraag ook eens wat er allemaal bij de prijs in zit. Rekent de tekstschrijver eventuele revisies apart? Of zitten er standaard één of twee revisierondes bij in? Dat is belangrijk om te weten: misschien hebben jullie elkaar toch niet helemaal goed begrepen en komt de tekstschrijver met iets anders dan je voor ogen had. Als er nog veel aanpassingen nodig zijn, tikt het aan.

Lees  verder onder de foto.Revisieronde tekstschrijver

SEO-schrijvers

Ook slim om te vragen: heeft de schrijver ervaring met zoekmachineoptimalisatie (SEO)? Sommigen doen zelf een zoekwoordenonderzoek voor je en passen de resultaten direct toe. Handig, zo heb je sneller een hogere omzet. Beter gevonden worden betekent immers een hogere conversie.

Ervaring

Het kwam al ter sprake: een ervaren schrijver is meestal sneller en levert hogere kwaliteit. Dat berekent hij of zij door in het uurtarief. Ervaring betekent niet alleen dat de teksten sneller geschreven zijn, maar ook dat jouw tekstschrijver sneller begrijpt waar jij naartoe wilt. Ook zijn ze beter in staat om te variëren in stijl. Heb je bijvoorbeeld een zakelijk en particuliere doelgroep? Een ervaren schrijver weet goed hoe je doelgroepen aanspreekt en is in staat dat onderscheid in stijl te maken.

Opleiding

Daarbij telt opleiding natuurlijk ook. Dat hoeft niet meteen het verschil mbo, hbo of universiteit te zijn, maar bijvoorbeeld ook cursussen die gericht zijn op het verhogen van omzet via content. Een goede tekstschrijver kan je adviseren zonder daar extra geld voor te vragen. Denk aan het ontwikkelen van een contentstrategieën of het verrijken van teksten. Daar kun je wat mee.

Laag uurtarief

Overigens betekent gebrek aan ervaring en een laag uurtarief niet meteen dat je te maken hebt met een slechte tekstschrijver. Die weet dan alleen nog niet wat hij of zij waard is. Vraag wat voorbeeldteksten op (zie volgende punt) of geef een kleine proefopdracht en vraag bij te houden hoe lang het duurt. Maak ook hier goede afspraken over: ga je voor de proefopdracht betalen of niet?

Vraag om een portfolio

Het is eigenlijk altijd een goed idee om te peilen bij de schrijver wat hij of zij eerder heeft gedaan. Zijn er klanten geweest die lijken op jou? Dat kan ontzettende meerwaarde hebben. Je kunt dan daaruit afleiden of de teksten passen bij jouw bedrijf. Vraag dus altijd om een portfolio, elke schrijver heeft wel teksten of websites waar hij of zij trots op is.

Lees  verder onder de foto.

Tekstschrijver met ervaring

Hogere kosten, hogere opbrengst

Kortom: staar je niet blind op een uurtarief. De uiteindelijke prijs – én opbrengst – is ook afhankelijk van het cv. Geen zin om na te denken over uurtarieven en de uiteindelijke prijs? Dan kun je er ook voor kiezen om een vaste prijs af te spreken. Dan kom je beiden niet voor verrassingen te staan.

En bedenk goed wat een goede tekst voor jou waard is. Wie te laag inzet, krijgt waar voor zijn geld. Want ook voor teksten geldt: goedkoop is meestal duurkoop.

Bloggen: waarom eigenlijk?

Zucht. Waar haal ik de inspiratie vandaan? Wat is er leuk aan en wie leest het eigenlijk? Bloggen klinkt als een opgave en eerlijk: dat is het ook. Het kost tijd en energie om mooie onderwerpen te vinden, vaak moet je research doen en dan heb je nog niet eens een tekst. Dat is niet voor iedereen een fijne bezigheid.

Maar je houdt er ook wat aan over.  Geen centen per klik. Met bloggen laat je zien wie je bent. Show, don’t tell.

Jouw persoonlijkheid

Het verschil met andere berichten en de standaardteksten op je website? Daarin vertel je wie je bent. Met bloggen geef je iets van je persoonlijkheid, ook als bedrijf. Door te schrijven over een onderwerp dat je bezighoudt, laat je zien wat voor jou belangrijk is. En blog je zakelijk, dan kies je een onderwerp dat bij jouw bedrijf past, en schrijf je daarover vanuit jouw of jullie visie.

Nee, dat levert in eerste instantie geen geld op. Maar je zorgt voor interactie en daarmee creëer je toewijding van je lezer of klant. En dat is wat waard.

Bloggen is marketing

Maak bloggen onderdeel van je marketing. Net als je logo, je facebookpagina en je website. Zie het als een manier om te laten zien wie je bent. En deel je blogs met je netwerk, via LinkedIn en andere sociale media. Door steeds nieuwe content te maken, ben jij continu zichtbaar. En doe je het goed, dan zorgt die zichtbaarheid ervoor dat straks iedereen weet wie jij bent, wat je te bieden hebt én waar je voor staat.

Zoek daarom onderwerpen die dicht bij je staan, waar je veel van weet en waar je iets over te zeggen hebt. Maak het persoonlijk.  Durf een mening te hebben. Zolang het onderwerp jou boeit, zorg je voor betrokkenheid van de lezer. Want plezier in het schrijven breng je over. Dat zorgt voor plezier in het lezen. Zo win je de sympathie van je klant.

Bitje

,,We hebben een knarsertje”, zegt de man met de blauwe handschoenen. De tandarts behandelt mij als een bijzondere archeologische vondst. ,,Moet je eens kijken”, zegt hij, tegen een mediterraans klinkende assistent. Geprikkeld door zijn enthousiasme hangt ze nu ook boven mij. ,,De hele linkerkant van haar gebit is afgesleten door het knarsen. Moet je kijken.” Hij kan zijn verwondering bijna niet onderdrukken. Alsof ik er niet bij ben.

Ze kunnen weer zo goed als nieuw worden, zegt de tandarts. Met vullingen zou ik weer een evenwichtig gebit kunnen hebben. Maar alleen als ik daarna ook een bitje neem. Anders heeft het natuurlijk geen zin. Wat kost dat dan, vraag ik. ,,Driehonderd euro.”

Drie jaar geleden had ik nee gezegd. Héb ik zelfs nee gezegd. Natuurlijk had ik het ook wel gezien. Ik hield nog altijd vol dat die hap uit mijn tand was veroorzaakt door een val van mijn fiets, zo’n twintig jaar geleden. Dat het alleen maar erger werd, dat ontkende ik. Maar het was waar, mijn tanden slonken. Aan een bitje wilde ik alleen nooit beginnen.

Maar naast mijn tanden was er in de tussentijd nog iets veranderd: mijn tandarts. Door een wisseling van de wacht, bij de Watersnip in Deventer, is mijn tandartservaring vele malen beter geworden. Deze man heeft naast blauwe handschoenen namelijk ook blauwe ogen. Best mooie blauwe ogen. En hoewel hij wat denigrerend kan zijn (hij noemt me geregeld ‘jongedame’, terwijl ik maar een paar jaar jonger ben), kijk ik tegenwoordig uit naar mijn tandartsbezoek. Het is er altijd lente.

Dus ik zeg ‘doe maar’. Wie zegt nee tegen een knappe tandarts?

In een anderhalf uur durende sessie zijn mijn tanden vijftig centimeter langer gemaakt – teminste, zo voelt het. Drie weken geleden. Niet dat het iemand is opgevallen. Ja, Beer misschien, de kat, want het slissende geluidje dat ik altijd maak om hem te roepen werkt niet meer. Maar verder zijn zulke afgesleten tanden blijkbaar alleen een rariteit voor tandartsen. Niemand had het ooit opgemerkt.

Gisteren mocht ik het bitje ophalen. De tandarts zette hem er persoonlijk in. Hij moest alleen wel zo hard drukken dat de hoofdsteun ervan zakte. En of ik hem er zelf ook eens uit wilde proberen te halen? Dat lukte, hoewel het voelde alsof ik mijn hele gebit eruit trok. ,,Voortaan iets vroeger opstaan”, grapte hij. Ik lach, maar van binnen huil ik. Ik ben er ingeluisd.

Weggooien

Hij begon al een beetje te stinken, die worteltaart van het kerstdiner. En de gevulde kalkoen, verstopt onder een paar vellen aluminiumfolie zou ook geen broodje meer halen. Ik wist eigenlijk niet eens meer dat die in de koelkast stond, en na twee weken wordt zoiets onderdeel van je koelkastinrichting. Kijk je er gewoon langsheen. Ik vertoon uitstelgedrag als het gaat om m’n vuilnis weggooien.

Dat ben ik zo gewend, omdat afval sparen voordelig is in Deventer. Inmiddels heb ik een goed gevulde verrijdbare container achter het huis, maar in het appartement waar ik eerst woonde kostte elke vuilniszak in de ondergrondse container 3,25 euro. Een speciaalbiertje. Vind ik duur, maar de gemeente en de geïnterviewden in deze krant van gisteren niet.

Om wel aan m’n speciaalbiertjes te komen, kwam het voor dat kat Beer wat langer tussen z’n oude poepjes moest poepen, omdat het nog geen tijd was om het vuilnis weg te gooien. En dat ik toch maar voorzichtig een hapje nam van de kwark die over datum was, of de vriezer volstouwde met restjes eten omdat weggooien zonde is. Niet van het eten, maar van de ruimte in de prullenbak.

Om dan, eens in de anderhalve week, als de vuilnisbak stonk en er met geen mogelijkheid meer een halve bleekselderij bij kon (wie gebruikt ooit een hele bleekselderij?), het afval in huis te verzamelen voor één grote storting. Eventueel met meerdere zakken, want je kunt best goed proppen in die ondergrondse container.

Afgelopen september, met die bloedhitte, kwam het zelfs zo ver dat er al zo lang afval in de prullenbak zat, dat er tussen de scharnieren kleine wormpjes kropen. Maden. Tja, we hadden er ook wel een beetje om gevraagd. Google wist raad: kokend water overleven die beesten niet. Ik ben tegen het zomaar doodmaken van welk levend wezen dan ook, maar dat principe ging snel overboord. Met de fluitketel op het balkon werd er madengenocide gepleegd.

Eigenlijk was ik boos op de gemeente. Gefrustreerd over het afvalbeleid. Want gft wordt niet opgehaald, dus moet bij het gewone afval. Wil je voorkomen dat je maden in huis krijgt, dan moet je dus extra betalen. Daar gaat je hele spaarsysteem.

Lullig en oneerlijk. Je wordt arm als je je huis een beetje netjes wil houden. Want vuilnis weggooien is geld weggooien. Dan maar een beetje vies.

Kerstborrel

De helft van alle mensen gaat vreemd tijdens een kerstborrel. Had m’n collega gehoord op de radio. Dat beloofde wat, want de dag erna hadden wij een kerstborrel, of eigenlijk een heel kerstdiner. En op niet zomaar een locatie, nee: in de Lebuïnuskerk in Deventer. Echt.

In tegenstelling tot onze bedrijfskantine, zo meldde de uitnodiging, waren er hier geen restricties. Het mocht tot in de kleine uurtjes doorgaan. Er zou eten zijn, en drank – veel drank. Al snel gingen de hersenpannen draaien. Welke tweehonderd van de vierhonderd collega’s zouden het met elkaar gaan doen?

Oh nee. Het was in Engeland, krabbelde mijn collega terug, na een korte Google-sessie. Haar informatie klopte niet. De helft van de Engelsen gaat vreemd tijdens een kerstborrel. Maar ja, die Engelsen lijken wel op ons. Dus is het niet de helft, dan misschien wel 40 procent. 160 mensen. 80 stelletjes. Poeh.

We maakten dankbaar gebruik van de dresscode: ‘op chic’. De kanten glitterjurkjes kwamen uit de kast, de rode nagellak ging rond, de lippen werden gestift en ja, er werd zelfs met geurtjes gespoten. Want de kans was aanwezig, zelfs best groot, dat er iets stond te gebeuren.

Tijdens het diner werd er lustig op los geloerd. Oh hee, die heeft een mooi pak aan, zit m’n lippenstift nog goed? Na het dessert ging het hard: de dj begon en de moedigste collega’s wiegden alvast uitdagend met de heupen. Dat we op graven dansten mocht de pret niet drukken, als we toch al vreemdgaan kan dat er ook nog wel bij. Voor de duidelijkheid: we zijn nog steeds in de Lebuïnuskerk.

Oh wacht, het waren buschauffeurs, zei m’n collega ineens. De helft van de buschauffeurs in Engeland is weleens vreemdgegaan tijdens een kerstborrel. Ineens leek het allemaal heel treurig. Ons haar. De make-up. Het kanten jurkje. Het ging waarschijnlijk helemaal niet gebeuren.

De dj begon met gabbermuziek en mijn collega’s met hakken. Ik weet niet wat ik erger vind: dat we op graven stonden te dansen, of dat we in onze chicste outfit stonden te stampen op Mental Theo. Om 10 uur was het mooi geweest, de muziek ging uit, de kerk ging dicht en nee, er is niet getongd. Althans, niet dat ik weet. Er waren wel twee party crashers, en het zouden zomaar Engelse buschauffeurs geweest kunnen zijn.

Roodgeel

Eigenlijk wisten we het al, maar het is weer pijnlijk duidelijk. We passen niet bij elkaar. Ik ben roodgeel en hij blauw.

We hadden geen idee toen we elkaar ontmoetten. Aan de buitenkant is immers niets te zien.Tenminste, zolang vriend zijn sleutelbos maar in zijn broekzak houdt. Daaraan hangt het bewijs dat hij hier niet hoort: hij is een blauwvinger. In Deventer. Het moet vast zo voelen zoals Sting bedoelde in zijn nummer Englishman in New York.

Al bijna een lustrum negeren we dat we in feite onverenigbaar zijn. De mensen vragen ons hoe we samen kunnen leven. Nou ja, nauwelijks, om eerlijk te zijn. En nu blijkt daar ook nog een theoretische basis voor te zijn.

De bevestiging kwam via Insights: een soort persoonlijkheidsanalyse. Deden we bij wijze van afdelingsuitje op m’n werk. Van tevoren moesten we een vragenlijst invullen, die uiteindelijk, geheel automatisch, een uitslag geeft die beschrijft wie je van binnen echt bent. Dat wil zeggen: welke kleur je bent. Rood, groen, geel of blauw. Extravert, introvert, een mensenmens of een detailfreak. Een soort horoscoop, maar dan niet volledig uit de lucht gegrepen.

Mijn uitslag kon me bekoren: roodgeel. Of eigenlijk geelrood, voor de kenners. Een pittig tiepje, zeggen ze dan. Niet per se kenmerkend voor Deventenaren, tenminste, dat staat niet in de 18 pagina’s tellende analyse. Die verhaalt wél over al mijn sterke en zwakke punten, en hoe je wel en niet met mij moet communiceren. Het leek me wel handig dat aan vriend te laten lezen. Kan hij zich mooi aanpassen.

Het werd een feest der herkenning. Niet míjn persoonlijkheidsanalyse. Nee, mijn tegengestelde type, blauw, want dat stond er ook bij. Want wat zegt meer over je dan de mensen met wie je niet overweg kunt? Vriend wist het direct: dit is wie ik ben. Ik ben blauw.

Iedereen weet dat roodgeel en blauw niet samengaan. Helemaal komende zondag niet. Het helpt misschien dat het rapport tips geeft over hoe om te gaan met de roodgelen. Vooral praktisch voor blauwen, die daar dus nogal eens moeite mee hebben. Tip 1, en ik citeer: ,,Wees alert en op uw hoede.”

Welkom

Ha, nieuwe studenten! Ook zo genoten van Typhoon gisteren, tijdens de intro? Geniet nog maar even na, want het duurt nog ongeveer een jaar voordat er weer een evenement speciaal voor jullie wordt georganiseerd.  Want Deventer is niet echt een studentenstad. Hebben jullie voorgangers zelf gezegd in deze krant.

Waarschijnlijk heb je voor Deventer gekozen omdat je studie nergens anders (Archeologie) of nergens anders in de buurt (Toegepaste Psychologie) te doen is. Dus moest je wel naar Deventer. Natuurlijk: het is een mooie stad, met een prachtig historisch centrum. Je ouders zouden er graag op bezoek komen. Maar daar kom je natuurlijk niet voor. Jij komt voor een fijne studentensfeer en goede feestjes. Laten we eerlijk zijn: dat wordt hem niet.

Helaas. Jullie komen dan wel in grotere aantallen dan vorig jaar, maar je bevindt je nog steeds onder de kleinste bevolkingsgroep van Deventer. Veel van je leeftijdsgenoten kozen voor een andere stad, zoals Enschede, Zwolle, of door het onlangs door Eus zo geloofde Groningen. Daar worden studenten namelijk goed gefaciliteerd.

In Deventer ook wel hoor. De weg van het station naar het Saxion is goed begaanbaar, steeds beter eigenlijk. Zodat je na je colleges weer lekker snel naar huis kunt.

Want hier wonen, dat wil de gemeente niet stimuleren. Kamers worden niet meer bijgebouwd vanwege een gebrek aan interesse. En we willen natuurlijk geen opleving van het Deventer studentenleven. En cultuur? We hebben een schouwburg en filmhuis, maar dan zit je wel tussen de rijke 65-plussers.

Mocht je toch graag die andere, schaarse studenten willen leren kennen, dan moet dat helaas op straat. De enige studentenvereniging die nog een locatie had in Deventer, Pro Deo, kan de huur van de kelder aan de Rijkmansstraat niet meer betalen. Niet omdat ze zo veel geld uitgeven aan bier hoor. Nee, het Saxion, jouw nieuwe school, is opgehouden de vereniging te financieren. Want het moet vooral niet te gezellig worden.

Je zou natuurlijk gewoon de stad in kunnen gaan, de kroeg in. De Tijd is een leuke voor studenten. Blijf er alleen vooral niet te lang, want dan mag je buiten geen sigaretje meer roken. Krijg je last met de buren.

Je leest het al: Deventer houdt van zijn studenten. Welkom!

Terrascontroles

Je zou denken dat de meeste ambtenaren lekker vakantie aan het vieren zijn. Zomerreces, en wat is er nou om je zorgen over te maken? Het stadskantoor staat mooi te zijn op het Grote Kerkhof, de bushalte op het station is eerder klaar dan verwacht, de omleiding van de Wilhelminabrug verloopt soepel. De gemeente Deventer kan rustig met verlof, het terras op.

Misschien hebben ze dat wel gedaan. En hebben ze precies daar, tijdens het borrelen, het idee opgedaan wat te gaan doen deze zomer. Want het lijkt wel of de gemeente heeft besloten de horeca lastig te vallen met onverklaarde en onbegrijpelijke regels. Al sinds de zon is begonnen met schijnen, is er gedoe met de terrassen in Deventer.

Eerst het terras van Madame Jeanette op de Nieuwe Markt. Dat mocht ondanks een vergunning ineens niet meer op de stoep en dus moest het nieuwe wijncafé de hele boel naar binnen halen, hartje zomer. Na veel protest op sociale media en aandacht in deze krant nam de gemeente de enige juiste beslissing: het terras toestaan.

En nu de grootte van de krijtborden. En het wel met krijt beschrijven van de krijtborden, want iets erop plakken mag niet. Ik begrijp er niks van. Het ziet er toch fantastisch uit? Als ik Randstedelijke kennissen vertel dat ik uit Deventer kom, zeggen de meesten: oh met dat gezellige plein met al die terrasjes. Mis ik iets? Gaat het helemaal fout?

Ik ben een echte terrasliefhebber en laat me bij het kleinste straaltje zon graag bedienen door het -altijd vriendelijke- horecapersoneel in Deventer. Mijn vrije maandagmiddagen besteed ik deze zomer standaard met een boek op de Brink, het mooiste plein dat ik ken. Dan heb ik echt geen last van een krijtbord dat 0,7 in plaats van 0,6 meter is hoor.

Alleen het woord al. Terrascontroles. Er komen nog net geen drugshonden mee. Natuurlijk, regels moeten er zijn. Maar waar houdt het op? Straks controleert de gemeente nog op de schuimlaag van het bier, of de muzieksmaak van de dj. Zulke dingen horen juist bij wat een café uniek maakt. Waarom handhaven zonder reden?